☰  MENU

Mensen hebben behoefte aan warmte, niet aan een radiator

Thomas Rau (Duitsland, 1961) is architect, visionair en als oprichter van RAU Architecten te Amsterdam heeft hij ondermeer het nieuwe hoofdkantoor van netwerkbedrijf Liander in Duiven ontworpen. Hij raakte op zijn tiende ernstig verbrand en gelooft erin dat het hele economische systeem anders moet. Niet verbruiken, maar gebruiken. Lees meer >>>

RAU Architecten, Thomas Rau

De nieuwbouw van Liander Duiven is volledig remontabel en wekt meer energie op dan het verbruikt. Om te voorkomen dat materialen massaal op afvalbergen en in verbrandingsovens terechtkomen, bedacht Rau het materialenpaspoort voor gebouwen. Daarin staat precies hoeveel van welk materiaal is gebruikt in een gebouw. ‘Afval is een grondstof die in de anonimiteit terechtgekomen is. Een identiteitsbewijs kan dit voorkomen.’Bij het hoofdkantoor van Triodos Bank in Driebergen, dat op dit moment wordt gerealiseerd, gaat Rau een stap verder. In het paspoort van dat gebouw wordt ook bijgehouden hoe de waarde van de materialen zich door de tijd heen ontwikkelt. ‘Want als we een financiële waarde aan materialen toekennen en die monitoren, gaan ze ook niet verloren. Dat zou kapitaalvernietiging zijn.’

Hoofdkantoor Liander te Duiven

Het mag duidelijk zijn: Rau, spierwit haar, expressief gezicht, Duitse tongval, is niet zomaar een architect. Hij is even gedreven als radicaal. Eind jaren tachtig kwam hij naar Nederland omdat hij tijdens zijn studie zag dat hier ‘de spraakmakendste architectuur’ vandaan kwam.

Liander Duiven, zoals het was

Maar zijn ambitie reikt verder dan het ontwerpen van gebouwen, zelfs verder dan het ontwerpen van circulaire gebouwen. ‘Het grote misverstand is dat circulariteit het nieuw trucje is’, zegt Rau, met hoorbare irritatie in zijn stem. ‘Maar het is de allergrootste agenda die je kunt bedenken.’ ‘Ik heb me op een gegeven moment gerealiseerd dat we de architectuur van het hele systeem moeten veranderen.’ Hij verheft zijn stem weer. ‘Want dit systeem is niet de moeite waard om te behouden. Het ligt op de intensive care, onder een zuurstoftentje.’

Mensen willen licht, geen gloeilamp

Van vastgoed, naar losgoed, is een uitspraak van Rau. Evenals van eigendom, naar losgoed. Zo is het mogelijk om het anders te doen door bijvoorbeeld de lichtinstallatie van een kantoorpand niet aan te kopen, maar de lampen eigendom te laten van Philips. De fabrikant levert licht en is ook verantwoordelijk voor de hoogte van de energierekening. ‘Dat stimuleert Philips om de led-armaturen zo te produceren dat ze lang meegaan en dat onderdelen reparabel zijn, in plaats van alles dat stuk gaat te vervangen.’

Wie met Rau spreekt, luisterend naar zijn meta-analyses en zinsneden als ‘Ik denk niet dat we menselijke wezens zijn op een spirituele reis, maar spirituele wezens op een menselijke reis’, heeft al snel het gevoel een filosoof tegenover zich te hebben in plaats van een architect. Maar op het moment dat je hem kwijt dreigt te raken, komt hij met verrassend concrete voorbeelden om zijn gedachtegang te verhelderen.

Thomas Rau spreekt in Duiven

Dat ons huidige systeem volgens de architect niet werkt, illustreert hij aan de hand van een simpele gloeilamp. ‘Lange tijd maakten we producten om dingen efficiënter te kunnen doen. Vroeger moesten we bij kaarslicht en olielampjes werken, met alle gezondheidsproblemen van dien. Toen is de gloeilamp uitgevonden; in 1881 kwam die op de markt. Iedereen hartstikke blij. Het was de oplossing voor een probleem.’

Maar na twintig jaar branden die lampjes nog steeds. Sterker nog, een van de eerste gloeilampen is nooit opgehouden met branden. In 2001, bij de honderdjarige verjaardag van een gloeilampje dat brandt in de brandweerkazerne van het Amerikaanse Livermore, werd de lamp gefeliciteerd door de toenmalige president George Bush.

Terug naar begin vorige eeuw. Producenten van gloeilampjes beginnen zich zorgen te maken. Als ze zo doorgaan heeft iedere klant straks dit product, dat een oplossing biedt voor zijn probleem, en dus hebben ze dan geen nieuwe klanten meer.

Daarom belt Philips zijn Duitse concurrent Osram, het Amerikaanse General Electrics en enkele andere belangrijke producenten. Ze komen op 24 december 1924 bij elkaar in Genève en spreken in het geheim af dat gloeilampen voortaan niet langer dan duizend uur mogen branden. Een speciaal comité moet erop toezien dat de afspraken worden nageleefd, bij overtreding moeten hoge boetes worden betaald.

Schets van het hoofdkantoor van Triodos in Zeist

‘Een historisch moment’, zegt Rau opgewonden. ‘Tot dan toe was een product een oplossing voor een persoonlijk of maatschappelijk probleem. Dit was het eerste gedocumenteerde moment in de geschiedenis waarop producenten beslisten: nee, we gaan georganiseerde problemen creëren. “Nieuw” is vanaf dat moment “nog net niet stuk”. Dit is bij bijna alle producten het geval. Schandalig toch?’

Het kan anders

Om uitputting van de aarde te stoppen, moet de economie worden ingericht als bibliotheek. Bezit bestaat dan niet meer en consumenten huren bijvoorbeeld hun auto, wasmachine of telefoon. Alleen zo hebben makers baat bij recycling van grondstoffen.

Bronvermelding    Het Financiele Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

← Prev actualiteit ItemNOS: Welke vakmensen gaan het groener maken?

Next actualiteit Item →Nederlandse uitstoot broeikasgassen stijgt nog altijd licht

Terug